woensdag 4 april 2007

Daar is de lente!


Gallo-Romeinse grafheuvel of tumulus. Op de achtergrond de Tiense Groep, de Romeinse holle weg die naar de vicus van Tienen leidde. Meerdaalwoud, Haasrode.
(klikken maar!)

maandag 2 april 2007

Over archeologie: the road to nowhere (deel 1)


Voor sommigen lijkt het onnoemelijk saaie materie voorbehouden aan zichzelf intellectueel verklaarde academici die werkelijk niets beters te doen hebben. Voor anderen lijkt het oeverloos boeiend, mateloos fascinerend en bovenal bijzonder spannend. Wat er ook van zij, het ter sprake brengen van het vakgebied archeologie gaat steevast gepaard met verbaasde blikken allerhande.
Hierop volgen dan de obligatoire vragen als "hebt ge al nen dinosaurus opgegraven?" en, niet te vergeten, "waarom gaat ge zoiets nu studeren??". Zo duidelijk het antwoord op de eerste vraag is, zo moeilijk is het om het tweede antwoord op een begrijpbare wijze te formuleren. Nog vervelender wordt het wanneer de toehoorder geen vrede neemt met het antwoord dat er inderdaad weinig werk in te vinden is en ja, dat dat zeer spijtig is. Wanneer de Serge Simonart van dienst een al dan niet oprechte interesse vertoont of ik mij in een idealistische bui bevind, neem ik wel eens de moeite om de situatie van de archeologische arbeidsmarkt in Vlaanderen te schetsen. Zo ook vandaag, beste lezers. Laten we het voor eens en voor altijd op papier (nou ja) zetten, zodat het doorgeven van een url in de toekomst kan volstaan om het hoofd te bieden aan vervelende vraagstellers.
Laten we beginnen bij het begin, zoals ook de Schepper dat indertijd logischer wijs deed. Indien er zoiets zou bestaan als een carrière in de archeologie begint deze aan de universiteit. Zou men denken. Niets is echter minder waar, zoals later duidelijk zal worden begint het allemaal al veel vroeger, liefst zo vroeg mogelijk. Jaren van vrijwilligerswerk in een archeologische amateurvereniging of heemkundige kring zullen onontbeerlijk blijken om later aan de bak te komen. Klein probleem dus wanneer er in jouw woonplaats of in de buurt geen dergelijke fatsoenlijk georganiseerde kring werkzaam is. Hoedanook, ook de universitaire loopbaan blijft een conditio sine qua non, hoewel de prestaties hier duidelijk van ondergeschikt belang zullen blijken. Een jaartje meer of minder heeft hoegenaamd geen enkele invloed bij een latere sollicitatie. Net als van al de rest wat ik hier verkondig zijn mij een overschot aan voorbeelden uit het werkveld bekend, zonder namen te noemen uiteraard. Laten we echter toch even stilstaan bij die universitaire studies. Uiteraard kan ik hier enkel spreken over het systeem waar ikzelf in gefunctioneerd heb, het klassieke kandidatuur-licentiaat systeem. Deze opleiding bestond uit twee kandidatuursjaren, gevolgd door twee licentiejaren. Vier jaar voltijds colleges volgen dus, met in het totaal zeven examenperiodes en duizenden bladzijden leerstof. Mits de nodige motivatie echter een meer dan haalbare kaart. Hiernaast wordt van de studenten ook nog is verwacht dat zij tijdens de drie laatste jaren van hun opleiding in totaal 9 weken (45 werkdagen) opgravingsstage doen. Concreet houdt dit in dat de studenten op zoek gaan naar een opgraving waar zij tijdens hun vakantieperiodes als vrijwilliger aan de slag kunnen. Dit in tegenstelling tot de courante gang van zaken wat stages betreft, waarbij stageperiodes voorzien worden in de opleiding en dus lesvrij zijn. Bovendien hangt hier geen enkele kostenvergoeding aan vast, wat betekent dat de student in kwestie op zoek moet naar een opgraving in de buurt van zijn woonplaats of kot, wil hij zich niet blauw betalen aan verplaatsings- of verblijfskosten. Daarenboven is elke vakantiedag dat er vrijwillig wordt gewerkt voor vele studenten een dag minder vakantiejob en dus een bijkomend verlies aan inkomsten. Gelukkig is er onze onvoorwaardelijke motivatie en passie voor de archeologie die dit alles met de mantel der liefde bedekt.
Wanneer we nu na vier jaar deze academische watertjes doorzwommen hebben wordt het tijd om de proef op de som te nemen. Is er werkelijk zo weinig werk in de archeologie? Is het echt zo moeilijk om een opdracht vast te krijgen? Laten we het samen ontdekken! Op basis van lofzangen aangaande eindwerken allerhande durft de naïeve student nog even aan een doctoraat denken maar al gauw wordt door de hierover aangesproken prof bevestigd wat we al lang vreesden. Er is slechts één project waar middelen voor doctorandi zijn, slechts één prof die hieromtrent monopolie heeft. Jammer, verkeerd specialisatiegebied gekozen!
Nietsvermoedend begint de kersverse archeoloog (heerlijk zo'n titel op je cv) dus de advertenties na te speuren. Natuurlijk is er tussen al die IT-consultants, Junior Brand Managers, Financial assistants en Senior Accountants in geen mijlen een vacature voor archeoloog te bespeuren. Maar niet getreurd, als we tijdens onze stageperiodes één ding geleerd hebben is het wel het belang van netwerking. Iets wat in de prehistorische tijden vriendjespolitiek genoemd werd.
Door volharding bereikt de slak de ark dus vol goeie moed schuimen we alle colloquia, contactdagen en lezingen af en inderdaad, daar lopen we de ons bekende collega's veelvuldig tegen het lijf. En het is hier en nergens anders, hier en niet in de aula’s van de universiteit, dat we voor het eerste geconfronteerd worden met wat voor de archeologie echt belangrijk is. En dat is helaas niet de Villa Hadriani of de typologie van de Cycladische vioolvormige figurines. Nee beste vrienden, wat echt belangrijk is is wetgeving. Ruimtelijke ordening, erfgoedbeleid en nog meer van dat. Oei, blijkbaar een paar kleine details vergeten mee te geven tijdens de opleiding. Bovendien worden we nu ook steeds vaker geconfronteerd met dé grote urban legend van de archeologie. Hadden we immers tijdens onze stage- en studententijd niet af en toe horen vallen dat zes maanden veldervaring onontbeerlijk waren om aan de bak te komen in de archeologie? Nee, dat kon toch niet, je had toch je negen weken zuurverdiende vakantie opgeofferd? Je had toch aan al je verplichtingen voldaan als je afstudeerde? En inderdaad, minstens even vaak werden we door proffen en archeologen even snel weer gerustgesteld. Een diploma in de archeologie volstond heus wel, die zes maanden stage daar wordt zo’n belang niet aan gehecht als het erop aankomt.. geen paniek. Wel paniek nu dus! Want wat blijkt, elke vacature die we ter oge krijgen stelt als eerste absolute vereiste minstens zes maanden veldervaring. Niet zo verwonderlijk ook, nu we weten dat het in Vlaanderen wettelijk bepaald is dat wie een opgravingsvergunning wil krijgen over deze zes maanden ervaring moet beschikken. Oei, dus toch nog een detail waar men vergeten rekening mee te houden is in de opleiding. Gelukkig hebben we in ons jeugdig enthousiasme indertijd het voor mekaar kunnen krijgen om vier maanden stage te doen, zowel in binnen- als buitenland, maar de regelgeving is onverbiddelijk. Zes maanden moeten het zijn, en geen dag minder. Dit is het moment waarop de jonge archeoloog stilaan het zand terug in de proefsleuf voelt glijden.

Wordt vervolgd...