dinsdag 29 mei 2007

Het gebrek vrouw en Duits te zijn

Eén van de meest invloedrijke en boeiende geschiedkundige personages uit de winderige 17de eeuw, doch bij het grote publiek niet zo gekend, luistert naar de naam Christina. Op 6-jarige leeftijd werd zij plotseling koningin van het protestantse Zweden nadat haar vader het leven liet in een slag tegen het leger van het Katholieke Heilige Roomse Rijk. 22 jaar later zou ze troonsafstand doen, verkleed als man naar Rome vluchten via het vijandelijke grondgebied van de Denen en zich 'bekeren' tot het katholieke geloof. Zo mogelijk nog interessanter is het om fragmenten uit haar briefwisseling met koningen, diplomaten, kardinalen en ander belangrijk postmiddeleeuws gespuis na te lezen. Twee opmerkelijke citaten zijn de moeite waard om te noteren:

'Vrouwen zouden nooit mogen regeren en ik ben hiervan zo overtuigd dat ik zelfs mijn eigen dochters niet voor troonopvolging in aanmerking had laten komen, mocht ik ooit getrouwd geweest zijn. Ik zou meer van mijn koninkrijk dan van mijn kinderen hebben gehouden en ik zou mijn koninkrijk hebben verraden door het door meisjes te laten besturen. Deze woorden zouden voor waar aangenomen moeten worden aangezien ik tegen mijn eigenbelang spreek -maar ik heb er altijd op gestaan de waarheid te zeggen, ten koste van wat dan ook. Het is bijna onmogelijk voor een vrouw om een goede koning of heerser te zijn. Vrouwen zijn te onwetend, hun lichaam, ziel en geest zijn te zwak. Alles wat ik gezien of gelezen heb, bevestigt het feit dat vrouwen die regeren, of die proberen te regeren, zich alleen maar onsterfelijk belachelijk maken. Ikzelf ben geen uitzondering hierop, ook al werd ik sinds mijn jongste jaren opgevoed om later koningin te worden...Het gebrek een vrouw te zijn, is het grootste gebrek van allemaal.' (geciteerd in Raymond (1994) Christine Reine de Suède: Apologies)

Man zijnde kan ik bij dit eerste citaat enkel wat conspirerend en waarheidsconfirmerend gegniffel ten berde laten rijzen, meerbepaald wanneer ik de Patricia Ceysensen der Vlaamse politiek de revue mijner gedachten laat passeren. Een volgend stuk behandelt een ander met smaad bejegend schepsel van wie de bestiale capaciteiten nog vers in het collectief geheugen liggen: de Duitser.

'Beeldt u maar niet in dat er enig verschil is tussen wilde beesten en Duitsers; ik kan u verzekeren dat van alle dieren op aarde, een Duitser nog het minst op een Mens lijkt. Het is zelfs beter om een ketter dan een Duitser te zijn, want een ketter kon tenminste nog katholiek worden, terwijl een beest nooit een redelijk wezen kan worden. Moge deze plek vervloekt zijn en alle stomme bruten die hier verwekt worden.' (brief Christina in Hamburg aan kardinaal Azzolino, 20 april 1667)

Vreemd genoeg zet ze zich in beide schrijfsels af tegen alles wat ze zelf is: vrouw, hoewel er toendertijd erg veel twijfel over haar natuur bestond (hermafrodiet? transseksueel?) en Duits, als dochter van een Duitse moeder en kleindochter van een Duitse grootvader.

Gelukkig heeft ze ook zinnen gebaard die meer filosofische waarheid benaderen en minder gewag maken van haar provocerende en dwaze karakter:

'De mens is een niemendal, slechts gehuld in een lompje leven.' (Les Sentiments nr. 429, geciteerd in Bildt (1906) Pensées de Christine)


bib: Veronica Buckley (2004) Christina, Queen of Sweden, London-New York.

zondag 20 mei 2007

Muntsmaak, lekker!

De Elyzeesche Velden: de eeuwige jachtvelden waar menig Romein rust vond, het immer vredige hiernamaals, het nirvana van de oudheid. Kan het toeval zijn dat wanneer men vanuit het Waalsbrabantse Nethen naar ons wonderlijke Weert kijkt, men ontegensprekelijk oog in oog staat met deze Champs Elysées? Ik dacht het niet nee.

woensdag 9 mei 2007

Dag pojeet

Dag vrienden die zich graag geassocieerd weten met hoogdravende dingen als literatuur en poëzie, die bij elk optreden laten merken hoe ontstellend weinig ze eigenlijk kennen van het onderwerp waarover ze iets komen verkondigen, zich daar weinig van aantrekken en vooral manifest zijn door hun drang naar aandacht.

Dag vrienden van de nonchalante hemd-uit-de-broek die woorden luidruchtig en met brokjes moeten uitbraken omdat ze anders onpasselijk worden van hun eigen geleuter dat zich opstapelt in een hersenkwab en de doorstroming van bloed verhindert.

Dag vrienden van het net iets te lange baardhaar om stoppels te noemen en het net iets te korte baardhaar om baard te noemen, ja het is dat soort van baardhaar dat men wel eens onverzorgd of ongeciviliseerd placht te noemen, isolerend tegen de winterkoude, als een dun laagje glaswol, een humide graasland voor kleine diertjes in zomertijd. Anderen zouden het gewoon 'vuil' noemen.

Dag vrienden van vettige haardracht, nu eens naar achteren gedwongen, dan weer voorwaarts gestuurd, maar altijd gehoorzamend aan de chaos en perversie van waaruit het groeit. Men zou er frietjes in kunnen bakken wanneer theatrale woede-uitbarstingen zijn kruin opwarmen, of men zou het vet kunnen uitpersen in plastic bidonnetjes en het op de markt brengen als smeerolie voor motoren en fietskettingen, ja zelfs de wascofabrieken zouden geen tekort meer kennen aan primaire grondstoffen door de ontdekking van deze ongerepte en onuitputtelijke vetmijn.

Dag vrienden van het bruine gebit, dat op geregelde tijdstippen inhakt op wat voedsel, en waarin zich hier en daar op verborgen plekjes nog etensresten schuilhouden die dan als noodvoorraad dienen om in tijden van honger losgewrikt te worden door een door rook en al te veel onnodige woorden grijs geworden tong, dat orgaan waarmee men normaliter eigenschappen van spijzen en dranken als zodanig kan onderscheiden en dat men in vriendschappelijk-plagerige omstandigheden zonder gevuld te worden door een gevoel van schaamte, de vrees voor iets van jezelf dat de ander niet kent, kan gebruiken om uit te steken. De bedompte odeur krijgt u er gratis bij.

Dag vrienden van De Bosjesmannen...