dinsdag 21 augustus 2007

Balletjes die vallen


Sommigen geloven in het lot, anderen in het toeval. Noem het hoe je wil maar het komt op hetzelfde neer: af en toe gebeuren er van die dingen die een mens zich doen afvragen wat dat dan in hemelsnaam is wat wij 'toeval' noemen. Jos Brink bijvoorbeeld. De meest notoire homo van de nineties, de Freddy Mercury van de lage landen, sterft aan de gevolgen van darmkanker. Deze toevalligheid is niets meer maar vooral niets minder dan een hillarische speling van het lot. Gods wegen zijn dan misschien ondoorgrondelijk, af en toe haalt Hij toch een goeie fars uit.
Een iets minder hillarische maar zeker niet minder fantastische samenloop van omstandigheden brengt zo nu en dan genieën samen. In sommige gevallen leidt dat tot onoplosbare conflicten, in andere gevallen tot een meesterlijke samenwerking en in nog andere gevallen gewoonweg tot een ontroerende ontmoeting. Ontdek (hier!) zelf welke van deze drie scenario's werkelijkheid wordt wanner deze twee creatieve meesterbreinen mekaar ontmoeten in een of andere Franse snackbar. Si Manu, la vida es una tombola!

maandag 9 juli 2007

Leuvense legende

Niet makkelijk eigenlijk, zo'n blogberichten uit een duim of ander lichaamsdeel zuigen. Want, in alle nederigheid, wat zou ondergetekende te vertellen kunnen hebben dat ook maar enigszins relevant kan zijn voor iemand anders? Niet veel. Maar goed, die blog is er nu en aangezien we niet van het type zijn dat zomaar dingen laat varen als het nieuwe eraf is ga ik onverstoord door met het neertikken van allerlei onzin. Nuja, onzin.. Dit betekent niet dat ik wanhopig lig te zappen en te surfen op zoek naar een onderwerp. Integendeel, de onderwerpen die hier tot nu toe aan bod zijn gekomen zijn geenszins het gevolg van lange brainstormsessies maar wel "uit het leven gegrepen". Zo ook vandaag, zij het met enkele dagen vertraging. Zoals u allen wel weet zijn mijn collegaredacteur en ikzelf zeer te vinden voor de betere bluesmuziek. Groot, maar vooral aangenaam was dan ook de verrassing die ons zaterdagavond laatstleden te beurt viel. Geheel onverwacht werden wij immers getrakteerd op een performance van zowat de grootste, en tevens ook enige, blueslegende van Leuven. Niemand minder dan Armand Hombroeckx, beter gekend als Big Bill Krakkebaas, zat ons samen met twee collegamuzikanten op te wachten in mijn favoriete herberg den Deugniet. Om redenen waarop ik verder niet wens in te gaan was veel te luide dronkemansblues, naast een paar Rocheforts, net wat ik nodig had die avond. Die drie ouwe rakkers op het podium werd het dan ook probleemloos door mezelf vergeven dat ze er af en toe is een akkoordje naast zaten. Dat was trouwens hun fout niet, de arme drommels werden afgeleid door ons aller vriendin Stella. Inderdaad, ook doppende vijftigers hebben nood aan vaste waarden in het leven.
Voor zij onder u die, net zoals Bernard tot zaterdagavond, nog nooit van Big Bill gehoord hebben heb ik één vraag: Ene me hesp of ene me kees? Deze levensvraag is niet alleen essentiëel om tot innerlijke rust te komen maar is tevens de titel van Big Bills grootste en enige hit in het Vlaamsche land. Dit moet ergens in de vroege jaren zeventig geweest zijn, voor een wetenschappelijk correcte biografie verwijs ik u door naar Wikipedia. Wat mij betreft kan Armands biografie worden samengevat in twee woorden. Den Allee. Volgens sommige wilde geruchten zouden er dagen bestaan waarop de man onze meest geliefde Leuvense kroeg inruilt voor een andere horecazaak. Nu ik erover nadenk blijken die geruchten wel te kloppen, tenzij het een hologram was zaterdagavond in den Deugniet. Het klonk alleszins niet als een hologram. Ohboy, zo klonk het zeker niet! Het klonk als onvervalste blues, melancholie en je m'en fou-tisme van de bovenste plank. Bovendien bewees dit bodemloos vat ("Bestelt er al nog maar ene!") dat rythm&blues probleemloos voor een opperbeste sfeer kan zorgen. Wie dit moeilijk kan geloven raad ik de cd Big Bill live in Allee +3 aan. Net zoals dat nu ook weer het geval was is daarop duidelijk te horen hoe het publiek gek werd van enthousiasme bij de monsterhit (in Leuven dan toch) De kroegen van d'Aa Met. Begrijpelijk ook, al was het maar omwille van de geniale tekst. Sta mij dan ook toe af te sluiten met het refrein van deze meezinger.

Wette waar dakik mij 't beste voel
zo nen helen dag tusse da gewoel
'k Zou nen helen hoop mankeren
moest ik da ni meer beleven
Zo te zitten
in de kroegen
van d'Aa Met


donderdag 28 juni 2007

Mijn desktop heeft de blues


Van mijn medebewoner en collegablogger Bernard aka Eerwaarde van Clairvaux kan veel gezegd worden, heel veel zelfs. Maar één ding moet je hem wel nageven, 's mans muzikale smaak is van een niveau dat vergelijkbaar is met die van mijzelf. En dat is heel wat al zeg ik het zelf! Natuurlijk vindt iedereen zijn of haar muzikale smaak persoonlijk verdedigbaar, of het nu om R&B dan wel studiobrusselmuziek gaat. Maar als je 't mij vraagt ligt de sleutel tot een kwalitatief hoogstaande muziekcollectie juist in diversiteit. Het door het Humopubliek alom geprezen verlaten van de traditionele paden is hierbij geen conditio sine qua non, integendeel. Niet alle wegen leiden immers naar Werchter, er zijn er ook die door een andere dimensie reizen. En die dimensie, beste muziekvrienden, is de tijd. Over wat radiozenders allerhande vandaag de dag uitbraken zijn de meningen uiteraard verdeeld. Maar één ding staat vast: de sixties komen nooit meer terug. Jawel, de sixties (en als we dan toch bezig zijn doen we de vroege seventies er ook maar bij) met artiesten van eigen bodem als de onnavolgbare Brel, een jonge Boudewijn de Groot en de opkomst van zijn kleinkustcollega's die met hun protestliederen de nagel meermaals op de kop sloegen. Om nog maar te zwijgen over buitenlandse artiesten. In Jamaica was de reggae net ontstaan uit de rocksteady. Ondertussen transformeerde ska rustig naar punk en werden de Wailing Wailers omgedoopt tot Bob Marley & the Wailers, of kortweg BMW. In de states waren de gloriedagen aangebroken van Elvis, Johnny Cash en andere goden die ons brengen waar we moesten zijn: de blues. Om terug te komen op mijn ex-studie- en huisgenoot BvC ake TvH: wisselwerking is een goeie zaak. Het moet nu ongeveer zes jaar geleden zijn geweest dat er een kruisbestuiving plaatsvond tussen mijn liefde voor de reggae en de pater zijn liefde voor de blues. Met als gevolg een wederzijdse openbaring. Sindsdien bidibidibangbangt hij erop los met Eek a Mouse en laat ik de tweeters wenen met de meest adembenemende bluessolo's. Velen onder u hebben inmiddels kennis gemaakt met mijn bewondering voor artiesten als BB King, Albert Collins en Gary Moore. De legendarische lange noot van Parisienne Walkways is al meermaals hét gespreksonderwerp van de avond geweest tijdens nachtelijke escapades in Leuvense kroegen. Sinds kort kan ik met enige trots een nieuwe halfgod aan deze bluescollectie toevoegen en bijgevolg meteen ook aan u allen aanraden. Robert Cray is de man die met evenveel overgave zijn beklag doet over vrouwen en drank als John Lee Hooker en dit met een sound die doet denken aan Gary Moore gecombineerd met de bloedende passie van de vroege Fleetwood Mac. Voor wie de naam Cray niet meteen een belletje doet rinkelen is er de eightieshit "Right Next Door". Een te pruimen nummertje is dat, maar lang niet het beste wat deze nigger te bieden heeft. Wel aan te raden: Phone Booth, Time Makes Two, Bad Influence en zoveel anderen.
Geen dank, bloemen noch kransen.

dinsdag 26 juni 2007

Ben blokken

Met veel plezier breng ik bij deze een eerbetoon aan Ben Crabbé en zijn onversmaadbare Blokken. Al jaren een vaste waarde op de buis. Een rots in de woeste branding der televisie. Een kwis van het niveau waardoor elke tv-kijker zich even intelligent waant gecombineerd met het meest populaire gameboyspel ooit.. Wat een geniale formule! Wat een ongeëvenaard succes! En alsof dit nog niet genoeg is wordt dit alles nog is doorspekt met slinkse woordspelingen waar zelfs de scenarioschrijvers van FC De Kampioenen nog een puntje aan kunnen zuigen. Hieronder dus, eindelijk, een bloemlezing uit het repertoire van de dwerg met het neverending voorhoofd. Dat we ze nog lang mogen mogen!

Arafat was zijn sjaal kwijt, hij had zijn yasser over gehangen.

Het Arabische woordje voor prostituee: een rammadam.

Amerikaanse buffels hebben iets bisonders.

Als hij niets anders te eten had, leefde Godfried van bouillon.

Kwaliteitslingerie is bijzondergoed.

Eet maar Freud, dan blijf je Jung.

Mag je op zondag weekdieren eten?

Drinken halveert je leven, maar je ziet dubbel zoveel...

Word bokser: meer kans op slagen.

Frans Brood kwam van de bakker.

Ik ging hem een trap verkopen, maar hij woonde op het gelijkvloers.

Roken: het blijft een teer onderwerp.

English beer is like sex in a canoo : ****ing close to water.

Doodgaan is stoppen met sterven.

Ik heb een mooi figuur geslagen. Ze sloeg wel terug.

We nemen als twaalfuurtje een half eendje.

Zouden gecloonde kinderen een rode neus hebben?

De bultenaar besefte dat hij het ergste achter de rug had.

Alleenstaande dame zoekt zittend beroep.

De ontevreden klant sleurde het restaurant voor het gerecht.

Na die hevige regenval van de laatste dagen stond de migrantenwijk volledig blank.

We verwachten middagtemperaturen rond 12u.

Die losse vijs kon hem geen moer schelen.

Om op schema te blijven moest de tandarts een tandje bijsteken.

Incest moet in de familie blijven.

Reeds twee maanden na de amputatie van zijn been steekt deze man op eigen houtje de straat over.

De barman was klein maar tapper.

Door zijn toedoen stond haar blouse open.

Van klok kijken wordt onze kleine wijzer.

Toen ik de prijs van de sla zag kreeg ik een krop in de keel.

Afslanktips: daar ben je vet mee.

Hij was dun van haar, zij dik van hem.

Van mensen, die nooit wat geven, daar krijg ik wat van.

Je moet op tijd weten hoe laat het is.

Vrouwelijk schoon kan je nooit precies in cijfers achter de komma uitdrukken,want juist de afronding maakt het zo mooi.

vrijdag 22 juni 2007

Alfa 200.000

Het was in de vroege lente van 1991 dat deze Alfa Romeo 33 uit de fabrieksschede van Pomigliano d'Arco bij Napoli werd geperst. Italiaanse arbeiders uit die periode herinneren zich het moment wellicht nog levendig en rakelen heroïsche verhalen op telkens ze elkander opnieuw ontmoeten: 'Weet je nog, Paulo, die ene bolide die we toen rijklaar hebben gemaakt, hoe geweldig die schitterde, hoe secuur het koetswerk en hoe stevig dat motorblok!' Giovanni kon alleen maar beamen met een welgemutste 'si', en mijmerend verwijlden ze verder over hoe het met haar zou zijn vergaan...

De reis naar België is echter slecht gedocumenteerd.
Alleszins weten we dat zij daar op 29 april moet zijn ontvangen door Aurelio Orlandini in het asielcentrum S.A. ALFA ROMEO BENELUX N.V. waar ze werd gestald bij honderden soortgenoten. 4 juli was het toen ze voor het eerst op het Vlaamse circuit werd uitgetest door een onbekende piloot. Na ongeveer 75.000 km bollen werd ze van de hand gedaan aan BVBA Garage Berckmoes te Mechelen, alwaar ze op 26 september 1997 werd aangeworven door Julien, zoon van Louis Van Hiel. Ondergetekende had het genoegen om na het behalen van zijn rijbewijs B in januari 2002 de kar met 132.000 km als geschenk te aanvaarden. 5 jaren van heldhaftige toeren, dramatische incidenten en puur genot later snoert zij de mond van menig criticasters door in april 2007 de magische grens van 200.000 km te overschrijden. Ze wordt bij deze dan ook verlegd naar 225.000!


Technische fiche:
Alfa Romeo 33 1.7 IE Cat; 1991; 105 pk; 77 Kw; 1712 cc; benzine; rood nr.130

maandag 11 juni 2007

Vlieg heen, vetzak!

Leven na de dood

Wat een nederlaag, wat een schande, wat een intrieste dag. Vlaanderen verrechtst, la politique est violence.
Maar niet getreurd, voor enkele afgedankte kopstukken wacht er nog een mooie carrière na de politiek. Als stripfiguur bijvoorbeeld.

"Flikker op fat ass, 't is allemaal uw schuld!"

zondag 10 juni 2007

Patricia Duwt

Iedereen heeft ongetwijfeld de geweldige *kuch* campagne van Patricia Ceysens opgemerkt in het Leuvense straatbeeld. De Bosjesmannen wisten echter de hand te leggen op een affiche van deze campagne die uiteindelijk niet ter perse is gegaan. Democratisch als wij zijn hebben we gewacht tot nu, bij het sluiten van de stembureau's, om deze affiche openbaar te maken. (klik voor groter)

vrijdag 1 juni 2007

De ware aard van het beestje



Haha, verkiezingen! Campagnes, debatten, iedereen plots boordevol principes. Waar hebben we dat nog gehoord? Na gisteravond getuige te zijn geweest van wat vtm een debat noemt tussen Uberkampfmeister Dewinter en Freya's boezemvriend De Gucht kwam ik plots tot het besef dat er ook niet-socialisten zijn die een zekere sympathie kunnen opwekken. Al was het maar voor de manier waarop Karel -Kakkie voor de vrienden- De Gucht de grootste lul van 't Stad zijn vet gaf. Inderdaad Kakkie, "Die mensen zeggen dat er onder hen zijn die de Jihad verkondigen is NIET de manier om aan integratie te werken". Integratie, kan er iemand mij trouwens is uitleggen watdehel dat is? Ik beloof een pint voor een bevredigend antwoord.
Hoedanook, gefascineerd door de constatatie dat sommige evident lijkende zaken ook al wel eens in twijfel getrokken mogen worden, besloot ik mij vandaag te onderwerpen aan VRT's Doe de stemtest. Er rotsvast van overtuigd dat de resulaten van dergelijke testen geenszins relevant kunnen blijken bij het uitbrengen van een stem verwachtte ik er toch uit te komen als gematigd links, met een zeer sceptische kijk op Groen en een absolute afkeur van alles wat liberaal of rechts is. Liefst van al had ik het jeugdige politieke enthousiasme kunnen behouden van de tijd waarin ik posters met "Nie wieder Faschismus" aan mijn muur prikte, ondertekend met "PVDA-goed dat er nog echte communisten zijn". Maar ja, alles vervaagt nietwaar.
Nee beste vrienden! Niet alles! Want wat blijkt, alhemdullilah, voor de volle 66,3 % ben ik blijkbaar nog steeds een echte PVDA'er. Linkse ratten op 1, VLD en Blok laatst. Tijd om de kefiyeh en de Che-t-shirt uit de kast te halen dus! Laat de revolutie maar komen! Aah, op zo'n momenten voelt een mens zich plots terug tien jaar jonger.
Maar gelukkig zijn we ondertussen tien jaar ouder en wijzer, en weten we dat alles wat extreem is ook gevaarlijk is. Zo ook extreem-links dus. Geen kraakpanden en cara-pils dus, laten we Marx nog maar even waar hij is. Dood dus.
Op 10 juni gaat mijn stem naar de partij die volgens de VRT maar voor 43 % (5e plaats) bij mij past. Sorry Karel, maar vooral sorry Wout.

Aanbevolen cultuur hieromtrent : Amadou & Mariam ft. Manu Chao - Politic Amagni
Niet aanbevolen website : Doe de Stemtest

dinsdag 29 mei 2007

Het gebrek vrouw en Duits te zijn

Eén van de meest invloedrijke en boeiende geschiedkundige personages uit de winderige 17de eeuw, doch bij het grote publiek niet zo gekend, luistert naar de naam Christina. Op 6-jarige leeftijd werd zij plotseling koningin van het protestantse Zweden nadat haar vader het leven liet in een slag tegen het leger van het Katholieke Heilige Roomse Rijk. 22 jaar later zou ze troonsafstand doen, verkleed als man naar Rome vluchten via het vijandelijke grondgebied van de Denen en zich 'bekeren' tot het katholieke geloof. Zo mogelijk nog interessanter is het om fragmenten uit haar briefwisseling met koningen, diplomaten, kardinalen en ander belangrijk postmiddeleeuws gespuis na te lezen. Twee opmerkelijke citaten zijn de moeite waard om te noteren:

'Vrouwen zouden nooit mogen regeren en ik ben hiervan zo overtuigd dat ik zelfs mijn eigen dochters niet voor troonopvolging in aanmerking had laten komen, mocht ik ooit getrouwd geweest zijn. Ik zou meer van mijn koninkrijk dan van mijn kinderen hebben gehouden en ik zou mijn koninkrijk hebben verraden door het door meisjes te laten besturen. Deze woorden zouden voor waar aangenomen moeten worden aangezien ik tegen mijn eigenbelang spreek -maar ik heb er altijd op gestaan de waarheid te zeggen, ten koste van wat dan ook. Het is bijna onmogelijk voor een vrouw om een goede koning of heerser te zijn. Vrouwen zijn te onwetend, hun lichaam, ziel en geest zijn te zwak. Alles wat ik gezien of gelezen heb, bevestigt het feit dat vrouwen die regeren, of die proberen te regeren, zich alleen maar onsterfelijk belachelijk maken. Ikzelf ben geen uitzondering hierop, ook al werd ik sinds mijn jongste jaren opgevoed om later koningin te worden...Het gebrek een vrouw te zijn, is het grootste gebrek van allemaal.' (geciteerd in Raymond (1994) Christine Reine de Suède: Apologies)

Man zijnde kan ik bij dit eerste citaat enkel wat conspirerend en waarheidsconfirmerend gegniffel ten berde laten rijzen, meerbepaald wanneer ik de Patricia Ceysensen der Vlaamse politiek de revue mijner gedachten laat passeren. Een volgend stuk behandelt een ander met smaad bejegend schepsel van wie de bestiale capaciteiten nog vers in het collectief geheugen liggen: de Duitser.

'Beeldt u maar niet in dat er enig verschil is tussen wilde beesten en Duitsers; ik kan u verzekeren dat van alle dieren op aarde, een Duitser nog het minst op een Mens lijkt. Het is zelfs beter om een ketter dan een Duitser te zijn, want een ketter kon tenminste nog katholiek worden, terwijl een beest nooit een redelijk wezen kan worden. Moge deze plek vervloekt zijn en alle stomme bruten die hier verwekt worden.' (brief Christina in Hamburg aan kardinaal Azzolino, 20 april 1667)

Vreemd genoeg zet ze zich in beide schrijfsels af tegen alles wat ze zelf is: vrouw, hoewel er toendertijd erg veel twijfel over haar natuur bestond (hermafrodiet? transseksueel?) en Duits, als dochter van een Duitse moeder en kleindochter van een Duitse grootvader.

Gelukkig heeft ze ook zinnen gebaard die meer filosofische waarheid benaderen en minder gewag maken van haar provocerende en dwaze karakter:

'De mens is een niemendal, slechts gehuld in een lompje leven.' (Les Sentiments nr. 429, geciteerd in Bildt (1906) Pensées de Christine)


bib: Veronica Buckley (2004) Christina, Queen of Sweden, London-New York.

zondag 20 mei 2007

Muntsmaak, lekker!

De Elyzeesche Velden: de eeuwige jachtvelden waar menig Romein rust vond, het immer vredige hiernamaals, het nirvana van de oudheid. Kan het toeval zijn dat wanneer men vanuit het Waalsbrabantse Nethen naar ons wonderlijke Weert kijkt, men ontegensprekelijk oog in oog staat met deze Champs Elysées? Ik dacht het niet nee.

woensdag 9 mei 2007

Dag pojeet

Dag vrienden die zich graag geassocieerd weten met hoogdravende dingen als literatuur en poëzie, die bij elk optreden laten merken hoe ontstellend weinig ze eigenlijk kennen van het onderwerp waarover ze iets komen verkondigen, zich daar weinig van aantrekken en vooral manifest zijn door hun drang naar aandacht.

Dag vrienden van de nonchalante hemd-uit-de-broek die woorden luidruchtig en met brokjes moeten uitbraken omdat ze anders onpasselijk worden van hun eigen geleuter dat zich opstapelt in een hersenkwab en de doorstroming van bloed verhindert.

Dag vrienden van het net iets te lange baardhaar om stoppels te noemen en het net iets te korte baardhaar om baard te noemen, ja het is dat soort van baardhaar dat men wel eens onverzorgd of ongeciviliseerd placht te noemen, isolerend tegen de winterkoude, als een dun laagje glaswol, een humide graasland voor kleine diertjes in zomertijd. Anderen zouden het gewoon 'vuil' noemen.

Dag vrienden van vettige haardracht, nu eens naar achteren gedwongen, dan weer voorwaarts gestuurd, maar altijd gehoorzamend aan de chaos en perversie van waaruit het groeit. Men zou er frietjes in kunnen bakken wanneer theatrale woede-uitbarstingen zijn kruin opwarmen, of men zou het vet kunnen uitpersen in plastic bidonnetjes en het op de markt brengen als smeerolie voor motoren en fietskettingen, ja zelfs de wascofabrieken zouden geen tekort meer kennen aan primaire grondstoffen door de ontdekking van deze ongerepte en onuitputtelijke vetmijn.

Dag vrienden van het bruine gebit, dat op geregelde tijdstippen inhakt op wat voedsel, en waarin zich hier en daar op verborgen plekjes nog etensresten schuilhouden die dan als noodvoorraad dienen om in tijden van honger losgewrikt te worden door een door rook en al te veel onnodige woorden grijs geworden tong, dat orgaan waarmee men normaliter eigenschappen van spijzen en dranken als zodanig kan onderscheiden en dat men in vriendschappelijk-plagerige omstandigheden zonder gevuld te worden door een gevoel van schaamte, de vrees voor iets van jezelf dat de ander niet kent, kan gebruiken om uit te steken. De bedompte odeur krijgt u er gratis bij.

Dag vrienden van De Bosjesmannen...

woensdag 4 april 2007

Daar is de lente!


Gallo-Romeinse grafheuvel of tumulus. Op de achtergrond de Tiense Groep, de Romeinse holle weg die naar de vicus van Tienen leidde. Meerdaalwoud, Haasrode.
(klikken maar!)

maandag 2 april 2007

Over archeologie: the road to nowhere (deel 1)


Voor sommigen lijkt het onnoemelijk saaie materie voorbehouden aan zichzelf intellectueel verklaarde academici die werkelijk niets beters te doen hebben. Voor anderen lijkt het oeverloos boeiend, mateloos fascinerend en bovenal bijzonder spannend. Wat er ook van zij, het ter sprake brengen van het vakgebied archeologie gaat steevast gepaard met verbaasde blikken allerhande.
Hierop volgen dan de obligatoire vragen als "hebt ge al nen dinosaurus opgegraven?" en, niet te vergeten, "waarom gaat ge zoiets nu studeren??". Zo duidelijk het antwoord op de eerste vraag is, zo moeilijk is het om het tweede antwoord op een begrijpbare wijze te formuleren. Nog vervelender wordt het wanneer de toehoorder geen vrede neemt met het antwoord dat er inderdaad weinig werk in te vinden is en ja, dat dat zeer spijtig is. Wanneer de Serge Simonart van dienst een al dan niet oprechte interesse vertoont of ik mij in een idealistische bui bevind, neem ik wel eens de moeite om de situatie van de archeologische arbeidsmarkt in Vlaanderen te schetsen. Zo ook vandaag, beste lezers. Laten we het voor eens en voor altijd op papier (nou ja) zetten, zodat het doorgeven van een url in de toekomst kan volstaan om het hoofd te bieden aan vervelende vraagstellers.
Laten we beginnen bij het begin, zoals ook de Schepper dat indertijd logischer wijs deed. Indien er zoiets zou bestaan als een carrière in de archeologie begint deze aan de universiteit. Zou men denken. Niets is echter minder waar, zoals later duidelijk zal worden begint het allemaal al veel vroeger, liefst zo vroeg mogelijk. Jaren van vrijwilligerswerk in een archeologische amateurvereniging of heemkundige kring zullen onontbeerlijk blijken om later aan de bak te komen. Klein probleem dus wanneer er in jouw woonplaats of in de buurt geen dergelijke fatsoenlijk georganiseerde kring werkzaam is. Hoedanook, ook de universitaire loopbaan blijft een conditio sine qua non, hoewel de prestaties hier duidelijk van ondergeschikt belang zullen blijken. Een jaartje meer of minder heeft hoegenaamd geen enkele invloed bij een latere sollicitatie. Net als van al de rest wat ik hier verkondig zijn mij een overschot aan voorbeelden uit het werkveld bekend, zonder namen te noemen uiteraard. Laten we echter toch even stilstaan bij die universitaire studies. Uiteraard kan ik hier enkel spreken over het systeem waar ikzelf in gefunctioneerd heb, het klassieke kandidatuur-licentiaat systeem. Deze opleiding bestond uit twee kandidatuursjaren, gevolgd door twee licentiejaren. Vier jaar voltijds colleges volgen dus, met in het totaal zeven examenperiodes en duizenden bladzijden leerstof. Mits de nodige motivatie echter een meer dan haalbare kaart. Hiernaast wordt van de studenten ook nog is verwacht dat zij tijdens de drie laatste jaren van hun opleiding in totaal 9 weken (45 werkdagen) opgravingsstage doen. Concreet houdt dit in dat de studenten op zoek gaan naar een opgraving waar zij tijdens hun vakantieperiodes als vrijwilliger aan de slag kunnen. Dit in tegenstelling tot de courante gang van zaken wat stages betreft, waarbij stageperiodes voorzien worden in de opleiding en dus lesvrij zijn. Bovendien hangt hier geen enkele kostenvergoeding aan vast, wat betekent dat de student in kwestie op zoek moet naar een opgraving in de buurt van zijn woonplaats of kot, wil hij zich niet blauw betalen aan verplaatsings- of verblijfskosten. Daarenboven is elke vakantiedag dat er vrijwillig wordt gewerkt voor vele studenten een dag minder vakantiejob en dus een bijkomend verlies aan inkomsten. Gelukkig is er onze onvoorwaardelijke motivatie en passie voor de archeologie die dit alles met de mantel der liefde bedekt.
Wanneer we nu na vier jaar deze academische watertjes doorzwommen hebben wordt het tijd om de proef op de som te nemen. Is er werkelijk zo weinig werk in de archeologie? Is het echt zo moeilijk om een opdracht vast te krijgen? Laten we het samen ontdekken! Op basis van lofzangen aangaande eindwerken allerhande durft de naïeve student nog even aan een doctoraat denken maar al gauw wordt door de hierover aangesproken prof bevestigd wat we al lang vreesden. Er is slechts één project waar middelen voor doctorandi zijn, slechts één prof die hieromtrent monopolie heeft. Jammer, verkeerd specialisatiegebied gekozen!
Nietsvermoedend begint de kersverse archeoloog (heerlijk zo'n titel op je cv) dus de advertenties na te speuren. Natuurlijk is er tussen al die IT-consultants, Junior Brand Managers, Financial assistants en Senior Accountants in geen mijlen een vacature voor archeoloog te bespeuren. Maar niet getreurd, als we tijdens onze stageperiodes één ding geleerd hebben is het wel het belang van netwerking. Iets wat in de prehistorische tijden vriendjespolitiek genoemd werd.
Door volharding bereikt de slak de ark dus vol goeie moed schuimen we alle colloquia, contactdagen en lezingen af en inderdaad, daar lopen we de ons bekende collega's veelvuldig tegen het lijf. En het is hier en nergens anders, hier en niet in de aula’s van de universiteit, dat we voor het eerste geconfronteerd worden met wat voor de archeologie echt belangrijk is. En dat is helaas niet de Villa Hadriani of de typologie van de Cycladische vioolvormige figurines. Nee beste vrienden, wat echt belangrijk is is wetgeving. Ruimtelijke ordening, erfgoedbeleid en nog meer van dat. Oei, blijkbaar een paar kleine details vergeten mee te geven tijdens de opleiding. Bovendien worden we nu ook steeds vaker geconfronteerd met dé grote urban legend van de archeologie. Hadden we immers tijdens onze stage- en studententijd niet af en toe horen vallen dat zes maanden veldervaring onontbeerlijk waren om aan de bak te komen in de archeologie? Nee, dat kon toch niet, je had toch je negen weken zuurverdiende vakantie opgeofferd? Je had toch aan al je verplichtingen voldaan als je afstudeerde? En inderdaad, minstens even vaak werden we door proffen en archeologen even snel weer gerustgesteld. Een diploma in de archeologie volstond heus wel, die zes maanden stage daar wordt zo’n belang niet aan gehecht als het erop aankomt.. geen paniek. Wel paniek nu dus! Want wat blijkt, elke vacature die we ter oge krijgen stelt als eerste absolute vereiste minstens zes maanden veldervaring. Niet zo verwonderlijk ook, nu we weten dat het in Vlaanderen wettelijk bepaald is dat wie een opgravingsvergunning wil krijgen over deze zes maanden ervaring moet beschikken. Oei, dus toch nog een detail waar men vergeten rekening mee te houden is in de opleiding. Gelukkig hebben we in ons jeugdig enthousiasme indertijd het voor mekaar kunnen krijgen om vier maanden stage te doen, zowel in binnen- als buitenland, maar de regelgeving is onverbiddelijk. Zes maanden moeten het zijn, en geen dag minder. Dit is het moment waarop de jonge archeoloog stilaan het zand terug in de proefsleuf voelt glijden.

Wordt vervolgd...

maandag 26 maart 2007

Johnny Cash at Folsom Prison

"Hello I'm Johnny Cash". Applaus en geroep vullen het huis. The Man in Black steekt van wal met de Folsom Prison Blues. Eitjes worden geklutst, kruiden worden toegevoegd, de pan wordt ingevet, de luchtgitaren worden bovengehaald. Daar is de solo: ping pingel ping! We blijven erin. De geur van verbrand spek haalt ons eruit. Shit! Cash repliceert: "I just want to tell you that this show is been recorded and you can't say shit or hell or anything like that, how does that grab you Bob, huhuhu?" Spek in de Folsom bin, Cocaïne Blues wordt ingezet, de handen gaan op elkaar, danspassen worden ten berde gebracht. Cash raad ons aan: "Stay off that whisky...". Oerwoudgeluiden ontstaan, gelach, gebrul, en een whisky. De speaker: "These men have 'reception': Mattlock 850632 and Batchelder 839879". Gevangene: "Will this be on the album?". Cash: "Yeah". Speaker: "I doubt that!" Cash brengt het liedje over de laatste 25 minuten van een veroordeelde en laat het uitsterven: "here I gowowowowow....". De mondharmonica, stoelen en tafels aan de kant, boom-chicka-boom met de Tennessee Three en Carl Perkins. Cash vraagt iets te drinken: "Can I have a drink of water? Last time I was here I had a drink of water. I don't know what the hell it ran of off, I think it must have ran of off Luther's boots or something. Is that water? You promise that's water, hu? Is that water Bob? -SLURP- Ucheu,its's water!" Mijmerend verwijlen bij Flushed from the Bathroom of Your Heart, on the calender of your events I'm last week, up the elevator of your future I've been shafted. Hij vermant zich: "Last time we were here at Folsom Prison, they were hanging Joe Bean, is Joe still here? Hang the son of a bitch anyway, right!?" June Carter verschijnt ten tonele. Jackson. Het hek is van de dam, men weet geen blijf meer met de ledematen, de stembanden worden uitgerokken "woeoeoehoeoeoe, jihaaaaaaa!", hilbilly ten top. Met zweet doortrokken en bevredigd gaan we terug naar de cel van het leven "through the side door"...

GE-NI-AAL

zondag 25 maart 2007

Niet onder de indruk...

De Rode Duivels verliezen in Portugal en scoren geen doelpunt. Op zich geen bijzonder nieuws. Ze krijgen wel 4 goals in de eigen mand, op 22 minuten tijd. En daar mogen we ons blijkbaar geen vragen bij stellen, dat is normaal zeggen ze, want Portugal is een sterk team, terwijl het de eigen invulling van de strategie was die stevig gefaald heeft. De pionnen die Vandereycken onbegrijpelijk steeds weer opstelt en het geheel ontdoen van zijn sterkte heten Daniël Van Buyten en Stijn Stijnen (godbetert!). Vandereycken staat bekend om zijn defensief gesloten taktiek, en daar is hij bijzonder goed in, maar spijtig genoeg is dat niet de enigste taak van een coach. Hij moet ook de juiste pionnen kiezen en ze op de meest rendabele positie uitspelen. Hiervan at hij minder kaas.


Daniël Van Buyten en Stijn Stijnen hebben heel wat gemeen. Naast hun afgrijselijk naam, hun lompe figuur en hun gemuteerd smoelwerk zijn er ook heel wat overeenkomsten op sportief vlak. Ze hebben een lage startsnelheid, zijn sloom en onkundig in de technische uitvoering, ze beschikken over een slecht schot en ontberen elk inzicht en positiespel. Wie goed opgelet heeft gisteren (en bij de vorige wedstrijden), moet misselijk zijn geworden van zoveel amateurisme bij deze twee. Wat Daniël - getver, van die naam alleen krijg ik al de spetterpoep - bij een club als Bayern Munchen doet, is een raadsel, al zouden ze ook daar wijzer moeten worden als men de statistieken van dit seizoen interpreteert: na 26 wedstrijden in de Bundesliga, waarvan Daniël er 25 speelde, hebben ze al 31 doelpunten geïncasseerd, dat is slechts 1 minder dan de laatste in de stand en dan het aantal dat ze vorig jaar op het einde van het seizoen haalde. Ongetwijfeld is dit (mede) te wijten aan zijn aanwezigheid. Voor liefhebbers van Daniëls voetbalkunsten was het gisteren weer feest: tientallen passes in het niets die opgeraapt werden door Portugees schoeisel, gestrompel met de bal aan de voet, deontologische defensiefouten op positioneel gebied (een aanvaller aan de buitenkant verdedigen ipv aan de binnenkant, buiten de baklijn tussen twee aanvallers gaan staan ipv de zone te verdedigen, binnen de baklijn in zone verdedigen ipv de man te dekken,...). Zo stond hij aan de basis van 3 van de 4 tegendoelpunten.
Ook voor Stijnenfans was het vingers en duimen aflikken: in de eerste helft waarin hij slechts halfgebakken doelpogingen moest pareren onderscheidde hij zich door slechte uittrappen en door het voorwerp te zijn van openbaar gefluit. Wanneer het echte werk dan begon in de tweede helft werden zijn ware kwaliteiten pijnlijk zichtbaar: het zich positioneren ten opzichte van zijn eigen doel en ten opzichte van de acties die op het veld gebeurden, deed hij op een dermate zielige manier dat hij 2 ballen achter zich zag verdwijnen. Een derde goal op zijn conto was de tweede van Ronaldo. Een licht schotje nadat hij al een tijdje zat te pingelen aan de baklijn. Elke internationale doelman die titel waardig had deze bal wel gestopt, Stijnen niet. Hij was te traag tegen de grond en hij stond te ver naar de andere kant opgesteld. Verder wordt gezegd dat hij nog een aantal goede reddingen heeft gedaan, die mijns inziens meer iets hadden van het beschermen van zijn eigen lichaam door het afweren van de bal. De gecadreerde Portugese schoten waren van twee types in hun eindresultaat: ofwel tegen de netten ofwel beschreven ze een baan die niet ver van de beperkte actieradius van Stijnen was verwijderd. Een echt goede doelman had gisteren tegen de Portugezen slechts 1 doelpunt tegen gekregen, nota bene datgene dat volgde op de flater van onze vriend Daniël. Als de ene het niet kan verpesten, dan zorgt de ander er wel voor: het verhaal van dit trieste duo bij de Duivels. Stijnen zelf echter liet in een interview weten tevreden te zijn over zijn wedstrijd! Nou moe! Zo iemand moet eens goed door elkaar geschud worden omdat zijn puzzel niet klopt. Nog nooit heb ik een keeper die twee grote flaters beging en 4 goals slikte tevreden geweten. Is het oeverloze arrogantie of heeft hij gewoon geen benul van zijn wanprestaties?

Op de vraag van sportverslaggever Peter Van den Bempt wat hij nu geleerd had uit dit weekend, antwoordde hij naast de kwestie en deed hij met de domheid en gelatenheid die hem typeert, uitschijnen dat hij vooral onder de indruk was van zichzelf omdat hij erin geslaagd was niet onder de indruk te zijn van de Portugezen en de hele heisa over Ronaldo die hij zelf in gang had gezet. Hij voegde er nog aan toe dat dat het belangrijkste was voor hem, niet onder de indruk komen, dus... Bravo Stijn! Voetballers die niet onder de indruk kunnen zijn van hun tegenstander terwijl die hen vernedert, ontbreekt het aan ambitie en prestatiegerichtheid, en die horen niet thuis op internationaal niveau. Hij sloot af met de woorden: "Het is gepasseerd en we moeten naar de toekomst kijken." Zoals uit mijn betoog blijkt, hoop ik dat deze keeper geen deel uitmaakt van die toekomst. Zij die niets bijleren - behalve dan 'niet onder de indruk te zijn', laten we hem dat toch niet afnemen - zijn waardeloos voor een team in opbouw. Laat hem bij Brugge gerust wat knoeien, maar aanvaardt hem niet als vertegenwoordiger van het Belgisch keeperstalent (en al zeker niet als menselijk talent). Als hij iets had moeten leren van de rammeling en de twee goals van Ronaldo dan is het het feit dat hij nooit een Belgisch boegbeeld zal worden zoals Pfaff (totdat zijn programma werd opgenomen) of Preud'homme (totdat hij coach werd van Standard Luik), want daarvoor is nederigheid, bescheidenheid en klasse nodig.

René, trek uw conclusies en geef uzelf nog een kans: laat die twee op natuurlijke wijze afvloeien en stel voetballers op met inzet (bv. Koen Daerden) en enthousiasme (bv. Sterchele) voor hun eigen land. Dan hebben we tenminste achteraf nog het gevoel dat ze hun best hebben gedaan, want een bal controleren of goed samenspelen kunnen ze geen één van allemaal. Men kan zich de vraag stellen wat Belgische voetballers zoal leren tijdens hun jeugdopleiding (taarten verkopen??) en hun dagelijkse training bij een professionele club (taarten kopen??). Volgens Stijnen wellicht iets in deze trant: niet onder de indruk zijn en gewoon verder doen zoals we bezig zijn...

donderdag 22 maart 2007

The World On Time



Laten we hier toch even bij stilstaan:

Fedex: Beste Werkgever 2007...

As you were.

dinsdag 20 maart 2007

Metamorphose: ROEKOE


Men moet al halverwege de blindheid zijn gevorderd om het niet opgemerkt te hebben: net zoals Jeff Goldblum in The Fly metamorphoseert van mens tot vlieg, zo neemt Bart Wellens langzamerhand de gedaante en gedragingen aan van een duif. Denken we maar aan zijn spichtige voorgevel (foto), zijn donsveder in de baardstreek, het spreiden van zijn slagpennen wanneer hij bij winst de meet overschrijdt en het kirren bij interviews net na de wedstrijd, en niet te vergeten: zijn afwezige schaamtegevoel bij het lukraak en tomeloos protten en kakken, koers of geen koers (foto). Zijn beruchte kung-fu stamp naar het publiek was niets minder dan een groeipijn (foto), breng wat begrip op beste mensen, het is niet makkelijk duif te worden. Steek nog een 'deufke', Bart, smakelijk!

zaterdag 17 maart 2007

De snodaard in kwestie



Driewerf sjolem, beste lijkwormpjes!

Nadat ik door een niet nader te specifieren diersoort (zie foto) in de rectale streek droog werd beroerd, liet hij mij verdwaasd achter met de woorden: "En van nu af aan zult gij regelmatiger bloggen, zoniet zullen de kontsequenties heviger zijn!"
Omdat het betreffende instrumentarium mij nog van nut en genot kan dienen in het voortbestaan, tracht ik dit fysieke dreigement met de nodige egard te respecteren. Evenwel, laat mij daarin zeer duidelijk zijn: deze seksuele geweldpleging zet ik hem hoe dan ook betaald.

U hoort nog van mij!

donderdag 22 februari 2007

schuldig verzuim

"De Bosjesmannen" werd gekozen als titel voor deze blog. In het meervoud, niet "de bosjesman" dus. De pientere geesten onder u merken dan op dat het hier om minstens twee afzonderlijke identiteiten moet gaan. Uiteraard was (is) dat ook de bedoeling. Zowel ondergetekende als huisgenoot T.V. aka B. zouden via deze nietige mier in het uitgestrekte universum der internet kunnen mijmeren, gal spuien en bejubelen. Desalniettemin stel ik samen met u vast dat bijna een maand na de geboorte van ons geesteskind slechts één figuurlijke (alhemdulileh!) ouder zijn taak waardig draagt. Van die andere snodaard tot op heden nog geen spoor, wat bij diezelfde pientere geesten eveneens een vermoeden van hoogmoed mijner persoon zou kunnen teweeg brengen. Hoewel ik, net als iedereen die hier eerlijk over durft zijn, mijzelf sporadisch kan betrappen op enig egocentrisme, kan ik in eer en geweten stellen dat dit niet dergelijke vormen aanneemt dat ik een fictieve medevennoot in het leven zou roepen met het oog op het propageren van mijn eigen schrijfsels via een dictatoriaal bestuurd medium. De medevennoot bestaat dus wel degelijk, het is slechts een kwestie van een ferme stamp tegen zijn kl.. eurpotloden eer deze onverlaat zijn beloften na zal komen. Bij deze is de snodaard in kwestie verwittigd.

woensdag 31 januari 2007

El Patator


Ooh zwoele zomerzaligheid, waar is de tijd! Met dit prachtige zonnige weer en een vrije dag in het verschiet heeft een mens niet veel nodig om terug te denken aan de koningin der jaargetijden. Grasduinen door de foto's van het afgelopen scoutskamp zijn dan al ruim voldoende. En ohjawel, daar was ie weer. Onze goede zelfgemaakte vriend. Bijna waren we hem al uit het oog verloren maar daar stond ie weer te foempen en te knallen in al zijn glorie. El Patator!
De idee ontstond op een gure winteravond in de immer gezellige herberg den Deugniet. Dat moet ongeveer een jaar geleden zijn nu. Het was de guitige homie Sandy die als eerste aan kwam draven met het geschifte idee: een kanon van pvc-buizen om patatten mee weg te schieten! Haha, hihi, lachen.. en nog een pint bestellen. Maar hardnekkig als die etter is bleef hij volhouden bij de oprechtheid van zijn verhaal en zo kwam het dat eenieder geïntrigeerd raakte door dit misschien toch niet zo bizarre plan. Enig naspeurwerk op het internet bracht een uitgebreid assortiment aan patatorfoto's en -filmpjes op en de idee om zelf tot actie over te gaan groeide gestaag.
Voor één keer bleef het ook niet bij loze plannen, juli 2006 zou het gaan gebeuren. Bram "Roger" Electrony, de huisklusser van dienst moest dat maar is in mekaar flansen. En jawel hoor, op voorkamp haalde hij prompt de nodige attributen uit zijn van. Een paar pvc-buizen, een schroefdop, een ontsteker en haarlak. Meer zouden we niet nodig hebben. Na een dik uur gepruts was het tijd voor de eerste testlancering. Ondergetekende kreeg de spannende taak toebedeeld de ontstekingskamer dicht te schroeven. Die taak bleek net iets te spannend toen een steekvlam het al zo weinige haar dat mijn polsen rijk is verschroeide.
Gelukkig lieten we ons hierdoor niet van de kaart brengen en na een paar testajuinen vlogen weldra de eerste patatten door de Ardeense lucht. Telkens weer een bijzonder tafereel. Vele gespannen blikken, pretoogjes ook. Eén gelukkige die mag schieten, één die de patat vakkundig in de loop inbrengt en één die de ontstekingskamer van de nodige brandstof voorziet. En dan aftellen. Drie, twee, één, krikkrik zegt de ontsteker die eens wat anders dan kookfornuizen voor zijn rekening neemt en dan een nanoseconde stilte. Nog spannender afwachten tijdens die nanoseconde. En dan is ie daar, de langverwachte FOEMP! Met dit geluid wordt de pattat door de loop uitgebraakt met een kracht die zijn weerga niet kent. Gedurende enkele seconden vliegt deze onfortuinlijke knol door de atmosfeer. Doelgericht, met als eindbestemming de horizon. Prachtig dit schouwspel, ontroerend zelfs.
Ach, die zomer.. Laat 'm maar terug beginnen. Maar eerst nog wat sneeuw graag.

dinsdag 30 januari 2007

Media als misbruikt medium

Velen onder u, beste blogbezoekers, zijn net als ik oudgedienden van een Leuvens college dat voornamelijk bejubeld kan worden omwille van de gedroomde locatie. Gelegen op de Oude Markt is het de droom van elke cafégaande puber. Verder valt er weinig tot niets over te vertellen. Buiten het feit dan dat enkele collega-oudleerlingen het blijkbaar verder geschopt hebben dan bewakingsagent en op één of andere manier zijn weten door te groeien van d'Aa Met naar een andere setting die hier naadloos op aansluit omwille van dezelfde aantrekkingskracht op al wat jong en rebels is; met name de media. Het bekendste voorbeeld hiervan is ongetwijfeld Bruno Wyndaele, vroeger bij het hautaine Woestijnvis, vandaag de dag aanmodderend met de Filistijnen, een productiehuis van bedenkelijk niveau. Wie Woestijnvis zegt, zegt Humo. Zo wil een ongeschreven mediawet het. Het lijfblad voor de zichzelf alternatief verklaarde jongvolwassene en de volwassene die zo graag puber wil zijn. Het is dus niet zonder reden dat ook ons kabouterhuis geabonneerd is op dit tijdschrift. Wist u trouwens dat in gevalle van extreme verveling een kakelverse Humo een mens ongeveer 6 uur lang kan boeien. Dan is de fun er wel volledig af en kan u geen woordspeling of oneliner meer zien, laat staan lezen. Zo was het vandaag, dinsdag, ook weer tijd om de nieuwe Humo van naadje tot draadje uit te pluizen. Ik had me er bijna op heldhaftige wijze door weten te slaan tot ik op blz. 173 plots volledig uit mijn lood geslagen werd. Bijna had ik in pure paniek het politiealarm van mijn wachtpost ingedrukt, totale zinsverbijstering viel mij ten beurt. De reden van deze onaangekondige aardschok in mijn anders ohzo rustige bovenkamer ligt in het feit dat ik totaal onverwachts werd geconfronteerd met een herinnering die menig collega ex-Jozefieter eveneens de haren ten berge zou laten rijzen. Zeker wie net een cd-recensie van Norah Jones aan het lezen is verwacht zich niet aan het oprakelen van jeugdtrauma's. Sta mij toe ter verduidelijking te citeren:
"Wij ronden af: op zich zijn de meeste nummers de moeite waard, maar als geheel is 'Not Too Late' te eenvormig om ons drie kwartier bij de les te houden. Daar had die van aardrijkskunde - dag mevrouw Hens! - vroeger ook al zo'n last mee."
Inderdaad, beste vrienden, blijkbaar is ook deze niet nader genoemde (cv) één van de gelukkigen die zijn carrière als zeveraar aan de togen van de Oude Markt heeft kunnen verderzetten in de wereld der professionele zeveraars die we de media noemen. Op zich kan dit hooguit wat jaloezie met zich meebrengen, maar nietsvermoedende lezers de stuipen op het lijf jagen met niet ter zake doende verwijzingen naar onmenselijk verschrikkelijke leerkrachten, dat brengt eveneens minachting met zich mee. Foei zeg ik dan. Foei!
En nu ga ik een whisky drinken - dag meneer Jameson! - in de hoop eindelijk van de schok te bekomen.

(jd)

vrijdag 26 januari 2007

Reïncarnatie


Volgens de boeddhisten zullen wij allen reïncarneren in de hoedanigheid van een dier of een andere mens. Dit impliceert ook dat wij voorafgaand aan ons huidig aards bestaan hier reeds in een andere hoedanigheid hebben rondgedwaald. U en ik tasten natuurlijk volledig in het donker wat die voorafgaandelijke gedaante betreft. Wie weet was ik ooit een wesp, een chinees hangbuikzwijn of een pladijs. Wie zal het zeggen. Bij sommigen onder ons is de gedaanteverwisseling echter minder abrupt gebeurd met als gevolg dat uiterlijke kenmerken niet volledig gewist zijn. Het vergankelijke lichamelijke heeft op één of andere manier stand weten te houden gedurende de wedergeboorte met als gevolg dat het voor eenieder met een beetje waarnemingsvermogen overduidelijk is dat, bijvoorbeeld, Yves Desmet in een vorig leven een schildpad was. Wonderbaarlijk vinden wij dat. Maar tegelijk natuurlijk ook bijzonder beangstigend.

Daarom


Joepie, weeral een blog geboren. Alsof er nog niet genoeg brol op het wereldwijde worstenweb stond! Maar vergeef ons, beste vrienden, ons jeugdelijk enthousiasme waarmee wij de digitale snelweg oprijden. Het kon immers niet langer zo. Een oud doch prachtig huis aan de bosrand in combinatie met drie gefrustreerde geesten moet vroeg of laat immers leiden tot hersenkronkels en ervaringen die nu eenmaal niet binnenshuis kunnen blijven. De wereld moet weten welke belangrijke en opzienbarende theorieën en ontdekkingen hier bijna dagelijks het licht zien. Dat is onze plicht, dat is.. het lot. Vandaar. Veel plezier en zilverzaaaacht!

de boskabouters