Van mijn medebewoner en collegablogger Bernard aka Eerwaarde van Clairvaux kan veel gezegd worden, heel veel zelfs. Maar één ding moet je hem wel nageven, 's mans muzikale smaak is van een niveau dat vergelijkbaar is met die van mijzelf. En dat is heel wat al zeg ik het zelf! Natuurlijk vindt iedereen zijn of haar muzikale smaak persoonlijk verdedigbaar, of het nu om R&B dan wel studiobrusselmuziek gaat. Maar als je 't mij vraagt ligt de sleutel tot een kwalitatief hoogstaande muziekcollectie juist in diversiteit. Het door het Humopubliek alom geprezen verlaten van de traditionele paden is hierbij geen conditio sine qua non, integendeel. Niet alle wegen leiden immers naar Werchter, er zijn er ook die door een andere dimensie reizen. En die dimensie, beste muziekvrienden, is de tijd. Over wat radiozenders allerhande vandaag de dag uitbraken zijn de meningen uiteraard verdeeld. Maar één ding staat vast: de sixties komen nooit meer terug. Jawel, de sixties (en als we dan toch bezig zijn doen we de vroege seventies er ook maar bij) met artiesten van eigen bodem als de onnavolgbare Brel, een jonge Boudewijn de Groot en de opkomst van zijn kleinkustcollega's die met hun protestliederen de nagel meermaals op de kop sloegen. Om nog maar te zwijgen over buitenlandse artiesten. In Jamaica was de reggae net ontstaan uit de rocksteady. Ondertussen transformeerde ska rustig naar punk en werden de Wailing Wailers omgedoopt tot Bob Marley & the Wailers, of kortweg BMW. In de states waren de gloriedagen aangebroken van Elvis, Johnny Cash en andere goden die ons brengen waar we moesten zijn: de blues. Om terug te komen op mijn ex-studie- en huisgenoot BvC ake TvH: wisselwerking is een goeie zaak. Het moet nu ongeveer zes jaar geleden zijn geweest dat er een kruisbestuiving plaatsvond tussen mijn liefde voor de reggae en de pater zijn liefde voor de blues. Met als gevolg een wederzijdse openbaring. Sindsdien bidibidibangbangt hij erop los met Eek a Mouse en laat ik de tweeters wenen met de meest adembenemende bluessolo's. Velen onder u hebben inmiddels kennis gemaakt met mijn bewondering voor artiesten als BB King, Albert Collins en Gary Moore. De legendarische lange noot van Parisienne Walkways is al meermaals hét gespreksonderwerp van de avond geweest tijdens nachtelijke escapades in Leuvense kroegen. Sinds kort kan ik met enige trots een nieuwe halfgod aan deze bluescollectie toevoegen en bijgevolg meteen ook aan u allen aanraden. Robert Cray is de man die met evenveel overgave zijn beklag doet over vrouwen en drank als John Lee Hooker en dit met een sound die doet denken aan Gary Moore gecombineerd met de bloedende passie van de vroege Fleetwood Mac. Voor wie de naam Cray niet meteen een belletje doet rinkelen is er de eightieshit "Right Next Door". Een te pruimen nummertje is dat, maar lang niet het beste wat deze nigger te bieden heeft. Wel aan te raden: Phone Booth, Time Makes Two, Bad Influence en zoveel anderen.
Geen dank, bloemen noch kransen.
2 opmerkingen:
Mijn jarenlange bekeringsinspanningen werpen eindelijk hun vruchten af. Het evangelie van de blues (en deze dagen Robert Cray in het bijzonder) is nu bijna dagelijkse kost in de Johnnymobiel. Blues deprimerend voor het gemoed? Laat me niet lachen! Wie daar gedeprimeerd van wordt, kan niet om met het leven zelf. Blues IS het leven. Blues is de realiteit, blues is de ontnuchtering, blues is de hoop in bange dagen, blues is 'a good man feeling bad' die erin troost en begrip vindt. Blues heeft een retecool ritme. Blues is the best music on the planet!
Blues werkt dan misschien niet deprimerend, het is wel de soundtrack van kloterij. Net als reggae zoveel beter klinkt op een prachtige zomerdag komt de blues ook pas echt tot z'n recht op een regenachtige dag vol verbittering en zelfbeklag. Vandaar misschien de verhoogde intensiteit in mijn bluesconsumatie de laatste weken.
Een reactie posten